Pier en oceaan is het magnum opus van Oek de Jong. In achthonderd pagina’s beschrijft hij de geschiedenis van Abel Roorda, zijn ouders en grootouders én de grote verandering die Nederland onderging in de periode tussen de hongerwinter van 1944 en de komst van de grote welvaart in de jaren zestig. De roman speelt zich af in Amsterdam en op het Friese en Zeeuwse platteland, destijds nog de ‘diepe provincie’. Naast de vier hoofdpersonen zijn er tientallen bijfiguren die het verhaal kleur en afwisseling geven.
Abel Roorda moet zich verhouden tot het tragische huwelijk van zijn ouders en tot zijn sterke, maar gekwelde Friese grootvader, de gevangene van een veendorp, een eenling net als hijzelf. Hij moet zich losmaken van een familie waar hij met al zijn vezels toe behoort. Naast een familiegeschiedenis is Pier en oceaan een roman over de liefde. Rondom Abel Roorda staan Irma Wisse, Digna Maelcote en Antona Duvekot. Met hen beleeft hij zijn eerste liefdes. De aangrijpende huwelijksscènes van zijn vader en moeder tonen de liefde in een verdwenen tijd. Pier en oceaan is de roman van het Hollandse water: van roerloze veenplassen tot de zee die door de paalhoofden op de Zeeuwse stranden stuift. Abel Roorda zoekt het water, net als zijn vader en grootvader. Pier en oceaan is de roman van het grote verlangen.